Zwartepieten over Marokkanen

“Minder, minder, minder!” liet Wilders zijn aanhangers scanderen na de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. Hij doelde hiermee op het aantal gewenste Marokkanen in Nederland. Uiteraard gevolgd door veel ophef en massale aangiften. Ook ik heb aangifte gedaan. Trots dat de burgemeester van mijn stad als eerste opriep gezamenlijk op te staan tegen de vreselijke uitspraken van deze man.

Toen bleef het even stil. Niet alleen een reactie vanuit het OM liet op zich wachten, ook Wilders hield zijn mond. Die hij vervolgens deze week weer opentrok om vuur te spuwen. Een Zwarte Pietwet, een anti-shariaverklaring en een eis om de Koran te verwijderen uit de Tweede Kamer rolden deze week achter elkaar zijn mond uit.

“Negeer die uitspraken,” roept men vaak. “Hij is het niet waard een reactie te krijgen.” Dat klopt. Hij niet. Maar de Marokkanen wél. Evenals alle gekleurde Nederlanders. Al die mensen die keer op keer in hun maag getrapt worden, alleen maar omdat ze een bepaalde afkomst hebben; zij verdienen wél een reactie. Het zwartepieten over Marokkanen kan ik niet stoppen. Maar er tegenwicht aan bieden kan ik wel. En daarom plaats ik hieronder nogmaals mijn verhaal, dat ik geschreven heb op de dag van mijn aangifte.

**********

In verzet tegen ongelijkheid – 25-03-2014Aangifte Wilders

Verbroedering, saamhorigheid en eenheid. Dat is wat ik vandaag heb gezien. Honderden Marokkanen, Nederlanders en mensen met een andere nationale achtergrond stonden samen op het station. Een oer-Hollands dweilorkest speelde een protestlied onder luid geklap van dames met hoofddoekjes, mannen met baarden en meisjes met goudblonde lokken. Door een megafoon luidde de krachtige toespraak van burgemeester Bruls, die zijn mening over de politicus in kwestie niet onder stoelen of banken schoof. Geen angst, geen diplomatie, maar moed en steun klonken in zijn woorden. Een intens applaus volgde, waarna er in langzame schreden naar het politiebureau gewandeld werd. Een krachtige, kleurrijke stoet mensen, allemaal met hetzelfde doel: strijden voor gelijkheid. Ontroering maakte zich van mij meester. Met elkaar, vóór elkaar, het individualisme even aan de kant geschoven voor een groter goed. Verschillende glimlachen werden mij toegeworpen. Omdat zij niet alleen stonden. Omdat zij niet zij waren, maar wij. Het was bijzonder om hier deel van te mogen zijn. Met trots heb ik vandaag tussen honderden verschillend gekleurde mede-Nederlanders gestaan en getekend voor gelijkheid.

Advertenties

Van mais

Mais“Pardon meneer, kunt u mij vertellen waar de afdeling van de gedroogde kikkererwten is?”
Met glazige ogen kijkt meneer Supermarktmedewerker me aan.
“Tja, eh… Daar vraag je me wat…”
“Nou ja,” probeer ik hoopvol en tegelijkertijd tegen beter weten in, “ik was eigenlijk ook niet op zoek naar kikkererwten, maar naar gedroogde maiskorrels om in een pannetje popcorn mee te kunnen maken. Meestal liggen die op dezelfde afdeling.”
Bij het horen van het woord ‘popcorn’ fleurt hij zichtbaar op.
“Ah! Maar ik weet wel wie dat weet!”
En met ferme pas loopt hij naar de andere kant van de winkel. Onzeker of ik hem nu moet volgen of niet – waarom zeggen ze dat er nooit bij? – sjok ik quasi-nonchalant achter de man aan.
Aangekomen bij het chipsvak, roept hij naar zijn collega:
“Zeg, kun jij deze mevrouw even helpen? Ze wil weten waar de gedroogde mais ligt, om popcorn in een pannetje te maken weet je wel, van die mais.”
Meneer Vakkenvuller komt achter de zakken chips vandaan en antwoordt:
“Oh, maar die hebben we niet van mais. Wel van Perfekt en van Bonduelle, maar niet van Mais zelf.”
Wacht, hoorde ik dat nou goed? ‘Niet van Mais zelf?’ Ik voel een schaterlach opkomen, maar weet mijn gezicht desondanks strak in de plooi te houden. Het merk Mais hebben ze niet in deze supermarkt. Wat een giller.
Meneer Vakkenvuller heeft het inmiddels ook door en begint te stamelen:
“Oh wacht, ja nee, eh… Misschien hier… Nee, alleen voor in de magnetron…”
Ik opper dat het nog wel eens bij de gedroogde kikkererwten zou kunnen liggen.
“Oh, maar die weet ik wel te vinden!” Hij heeft zijn zelfvertrouwen hervonden en loopt trots, met mij achter hem aan hobbelend, de winkel door, tot we ongeveer bij de plek zijn waar ik meneer Supermarktmedewerker toentertijd had aangesproken.
En inderdaad, tussen de aardappelen ligt een kratje gedroogde erwten. Van mais is echter geen spoor te bekennen.
“Sorry,” zegt meneer Vakkenvuller zichtbaar teleurgesteld.
“Geeft niet,” antwoord ik.
Het was het allemaal waard.