Een droom op het podium

‘Let’s write our own play!’ Terwijl Tulya een slok van haar thee nam, keek ze onderzoekend rond hoe haar gewaagde voorstel was aangekomen. Drie paar verwonderde ogen keken haar richting op. We hadden inderdaad te weinig acteurs gevonden voor het script wat we hadden willen opvoeren, maar er zelf eentje schrijven? Was dat niet een tikkeltje te ambitieus? Tulya vond van niet; zij was vastberaden. Ze had een droom: met haar internationale toneelgroep Wow-Effect in de Lindenberg staan.

‘Not on the small stage, we can fill the medium one. Twice!’ Een glimlach vormde zich op mijn gezicht. Ze was werkelijk een vrouw met bewonderenswaardige ambities. Maar waren ze wel realistisch? Een toneelstuk schrijven, dat doe je toch niet zo maar even? Dit laatste bleek ook de gedachte van onze twee andere acteurs, want een paar weken later verlieten zij de groep. Tulya en ik bleven met zijn tweeën over. De droom leek een onhaalbare fantasie te worden.

Toch gaf Tulya nog steeds niet op. Ze bleef geloven in haar droom. En ik bleef aan haar zijde staan. Want hoe onwerkelijk het ook leek, haar vertrouwen gaf mij ook vertrouwen. En bovendien had ik een eigen droom. Eentje waarvan ik zelf nooit zomaar zou hebben durven toegeven dat hij bestond, maar waarvan Tulya nu het vlammetje had aangewakkerd. Een toneelstuk schrijven, had ze gezegd. Schrijven! Een paar maanden daarvoor had ik juist besloten mijn leven te wijden aan de kunst van het schrijven. Nooit had ik durven dromen dat er al zo snel zoiets geweldigs als een toneelstuk in het verschiet zou liggen. Die kans kon ik niet anders dan met blinde overtuiging omarmen.

Tulya’s vastberadenheid hielp ons enorm. De titel van ons stuk zou ‘Bedtime Stories’ worden, want waar anders komen onze diepste gevoelens beter aan het licht dan in de intiemste ruimte van ons huis? We begonnen te brainstormen. We improviseerden elke week op het thema. En we deelden onze waardevolste herinneringen met elkaar. Toen Tulya ademloos en met waterige ogen naar een van mijn herinneringen had zitten luisteren, besloten we dat we ons verhaal hadden gevonden. Het was tijd om acteurs te zoeken voor ons toneelstuk.

De audities overtroffen onze stoutste verwachtingen. Bijna 25 aspirant-acteurs waren op ons verzoek afgekomen, 15 hebben we er overgehouden. We wilden absoluut geen enkel pareltje laten gaan, dus allemaal moesten zij in ons toneelstuk geschreven worden. Daarom begonnen we weer opnieuw te improviseren. Samen bouwden we stukje bij beetje aan ons eigen toneelstuk. Alle prachtige flarden, gevatte oneliners en interessante karakters noteerden we, om ze te kunnen verwerken in het geheel. We vormden met een aantal acteurs een writer’s advisor team, waarmee ik elke week knelpunten of twijfelmomenten in het verhaal besprak. En twee maanden lang wijdde ik mijn dagen aan het schrijven van scènes, gevolgd door twee extra maanden aan revisies.

En nu is de week aangebroken waarin ik de laatste hand leg aan het stuk. Hier en daar haal ik een verdwaalde typefout uit het verhaal, een aantal zinnen worden net wat anders verwoord en de laatste naamloze karakters krijgen een naam. Het script ligt klaar, de rollen zijn verdeeld, de zaal is geboekt. Het gaat gebeuren. Tulya krijgt haar droom. Haar theatergroep zal stralen op het podium van de Lindenberg. Maar stiekem is er ook een hele grote droom van mij uitgekomen. Ik mocht een toneelstuk schrijven. Op dat podium spelen de acteurs straks mijn verhaal. En dat allemaal dankzij die krachtige vrouw met haar ambitieuze droom, voor wie geen obstakel groot genoeg was om af te wijden van haar beoogde pad. Een vrouw die mij heeft geleerd dat je dromen niet moet dromen, maar dat je ze moet leven.

Bedtime Stories

Deze column heb ik geschreven voor de website van Theatergroep Gras, waar ik tweewekelijks voor schrijf. De columns zullen ook op deze site verschijnen. 

Advertenties

Door het oog van de lens

‘Niet zo schreeuwen, Bertje! Dat is godverdomme hartstikke ordinair!’ Mijn woorden galmen na in het kantoor van de bankdirecteur, terwijl mijn neus wordt opgeslokt door de lens van een videocamera. Op de witte muur naast mij zie ik een projectie van mijzelf, mijn ogen gevuld met een mix van furie en schaamte. Ik voel me bijna een filmster, ware het niet dat ik om mij heen de bleke muren aantref van het verlaten schoolgebouw, waar wij ons toneelstuk mogen repeteren.

IMG_4116.JPG

Othello, die in deze moderne bewerking van Leander Zimmerman zijn legeruniform heeft omgewisseld voor een heus maatpak, staart vol ongeloof naar de twee karikaturen die net zijn kantoor zijn binnengedrongen. Onze blikken kruisen elkaar. Het wordt me meteen duidelijk dat hij zulke taal niet gewoon is. Ik vraag me af hoe bankdirecteuren vloeken. Dan draait hij zijn hoofd naar mijn man, Brabantio, die met zijn rood aangelopen hoofd nog staat na te briesen. De camera danst om ons heen. Othello en Bertje — mijn koosnaampje voor Brabantio — negeren hem alsof een lens in je gezicht de normaalste zaak van de wereld is.

Maar dat is het niet. Camera’s zitten niet in ons gebruikelijke repertoire. Wij zijn toneelacteurs. Wij performen live, het publiek op maximaal enkele tientallen meters van ons verwijderd. We hebben geleerd expressief te zijn, grote gebaren te maken. Bij elke gezichtsuitdrukking gebruiken we ons hele lichaam. Een wenkbrauw optrekken zal niet gezien worden op de laatste rij. Op een camera wel. Elk grotesk gebaar doet dan al gauw denken aan een klucht.

Een klucht is echter niet wat wij spelen. Wij spelen Othello, een van Shakespeares bekendste tragedies. Maar dan wel een eigentijdse versie, met decadente bankmedewerkers, scènes in een vliegtuig, dialogen via mobiele telefoons én een camera op onze snufferd. Die camera maakt deze Othello een toneelstuk als geen ander. Big Brother is watching us. Waar Brabantio als een briesend paard staat te tieren, filmt de camera het gefronste voorhoofd van Othello. Als Desdemona en Emilia onder het genot van een wijntje over hun vriendjes roddelen, zien we door het oog van de lens waar Emilia’s gedachten heen dwalen. Wanneer Roderigo nietsvermoedend een pact met de duivel sluit, zien we een zelfgenoegzame, duivelse grijns verschijnen op de muur. De camera laat het publiek onze diepste gevoelens zien, onze ware aard, maar bovenal: een tweede werkelijkheid. En de camera stopt niet bij de scènes op het toneel. Hij volgt ons naar de rand van het podium, waar we de zijden jasjes van onze karakters uittrekken en even gewoon acteur zijn. Elk zweetdruppeltje, elke zucht en elke scheve blik worden vastgelegd op het grote witte scherm. Niets blijft verborgen voor het publiek.

Voor ons betekent het dat we een combinatie zullen zijn van toneel- en filmacteur. Wij zullen grote gebaren moeten maken, die duidelijk zichtbaar zijn voor de verste bezoeker, afgewisseld met subtiele blikken wanneer de camera nadert. Het is een gewaagde combinatie die de uitdaging van het spelen in een Shakespeare een verdieping hoger brengt. We zullen het publiek dingen kunnen laten zien die op toneel anders nooit mogelijk waren. Stil spel is nog nooit zo krachtig geweest. Ik glimlach bij deze gedachte. Een glimlach, die zich over de hele breedte van de muur van het klaslokaal uitstrekt.

Elke twee weken schrijf ik een column voor de website van Theatergroep Gras. De columns zullen ook op deze site verschijnen.